De frequentieverlagende voorwaarden zijn:
- 1) De geïnspecteerde onderneming stelt binnen 7 maanden na het afsluiten van het boekjaar een jaarrekening op die is voorzien van een verklaring (a) die is ondertekend door een accountant (b).
- 2) De geïnspecteerde onderneming moet aantonen dat voldoende beheersingsmaatregelen zijn genomen in het kader van de Weet op de identificatieplicht (Wid), de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Onder beheer-singsmaatregelen wordt verstaan een combinatie van maatregelen op het gebied van kennis (c), hulpmiddelen (d) en naslagwerk (e).
- 3) De solvabiliteit (f) van de geïnspecteerde onderneming wordt als goed (j) gekwalificeerd.
- 4) Een niet-onderbroken reeks in de 12 maanden voorafgaand aan de inspectie van door de Belastingdienst zonder voorbehoud verstrekte verklaringen omtrent het betalingsgedrag met betrekking tot loonheffingen en omzetbelasting aan de geïnspecteerde onderneming voor zover die geen deel uitmaakt van een fiscale eenheid (k).
- 5) Het gedurende de laatste twee inspecties niet voorkomen van een of meer major non-conformiteiten bij de geïnspecteerde onderneming.
Een nadere beschrijving van bovengenoemde voorwaarden:
- a) Verklaring
Een verklaring betreft een bevestigende samenstellingsverklaring, of een goedkeurende beoordelingsverklaring, of een goedkeurende controleverklaring. Indien een aangepaste verklaring is verstrekt, moet de reden daarvan worden beoordeeld in het kader van de in-spectie voor NEN 4400-1.
- b) Accountant
De accountant betreft een registeraccountant (RA) of accountant-administratieconsulent (AA).
- c) Kennis
Het personeel dat arbeidskrachten selecteert voor het verrichten van arbeid in Nederland moet over voldoende kennis beschikken om identificatiedocumenten op echtheid te kun-nen beoordelen. Per vestiging, van waaruit mensen worden geselecteerd voor het ver-richten van arbeid in Nederland, moet ten minste één persoon een relevante opleiding hebben gevolgd, waarvan het onderwerp documentherkenning deel heeft uitgemaakt. Een relevante opleiding bevat minimaal het herkennen van de oorsprong, echtheid en geldigheid van aan arbeid in Nederland gerelateerde identificatie- en andersoortige do-cumenten (bijvoorbeeld een tewerkstellingsvergunning), het beoordelen van (echt-heids)kenmerken van identificatiedocumenten geldig binnen de Europese Economische Ruimte en Zwitserland, de functie en het gebruik van hulpmiddelen en naslagwerk en het herkennen van gezichtskenmerken (‘profiling’) ter voorkoming van frauduleus gebruik van identificatiedocumenten.
- d) Hulpmiddelen
De onderneming behoort per vestiging te beschikken over een hulpmiddel ter beoordeling van de echtheid van identificatiedocumenten. Als hulpmiddelen worden onder andere aangemerkt; inschakeling van het Expertisecentrum Identiteits- en Documentfraude (ECID) van de Koninklijke Marechaussee op Schiphol, gebruik van programmatuuroplos-singen, raadpleging van het Verificatie Informatie Systeem (VIS), naast het gebruik van de uv-lamp of de retro-checklamp.
- e) Naslagwerk
De onderneming behoort per vestiging te beschikken over een actueel naslagwerk ter beoordeling van de echtheid van de identificatiedocumenten. Als naslagwerk wordt onder andere aangemerkt een handboek of uitgebreide digitale informatie.
- f) Solvabiliteit
De solvabiliteit van de geïnspecteerde onderneming wordt berekend aan de hand van de recentste jaarrekening. De verhouding garantievermorgen ten opzichte van het totale vermogen bepaalt de solvabiliteitsratio. Het garantievermogen bestaat uit het eigen ver-mogen (g), pensioenvoorziening en stamrechtverplichtingen voor de directeur-grootaandeelhouder (h) en achtergestelde schulden (i).
- g) Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit het aandelenkapitaal, de wettelijke reserves en de overige reserves.
- h) Pensioenvoorziening en stamrechtverplichtingen voor de directeur-grootaandeelhouder
Alleen de pensioenvoorzieningen en stamrechtverplichtingen die zij toegekend aan de di-recteur-grootaandeelhouder kunnen in het garantievermogen voor 50% worden meege-nomen. De 50% is gebaseerd op de onderkenning van (mogelijke) latente verplichtingen uit hoofde van belastingrecht, huwelijksrecht enz. Bovendien wordt slechts 50% van deze balansposten aan het garantievermogen toegerekend, zodat rekening wordt gehouden met (mogelijke) latente verplichtingen.
- i) Achtergestelde schulden
Een door de geïnspecteerde onderneming ontvangen lening of rekening-courant kan tot het garantievermogen worden gerekend indien de verstrekker van de gelden de achter-stelling van (een deel van) de schulden schriftelijk kenbaar maakt. Schulden kunnen in dit geval uitsluitend als achtergesteld worden geclassificeerd indien de schulden zijn achter-gesteld ten opzichte van alle andere schulden in de balans. Bovendien behoort de geïn-specteerde onderneming de achterstelling in de (publicatie)jaarrekening te vermelden, zodat eenieder in het maatschappelijk verkeer over de achterstelling wordt geïnformeerd. Garantie- en/of borgstellingen door gelieerde ondernemingen, aandeelhouders, eigenaren of anderen kunnen niet tot het garantievermogen worden gerekend.
- j) Goede solvabiliteit
De solvabiliteit van de geïnspecteerde onderneming behoort te worden gekwalificeerd als ‘goed’. Een solvabiteitsratio van ten minste 20% wordt als goed gekwalificeerd.
- k) Fiscale eenheid
Natuurlijke personen en lichamen volgens fiscale wetgeving die ondernemer zijn en die in Nederland wonen of zijn gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting hebben en die in financieel, organisatorisch en economisch opzicht op zo’n manier zijn verweven dat zij een eenheid vormen voor de omzetbelasting.